verslag Pukkelpop 2006 - donderdag

8/23/2006 9:35:47 AM

Jorisz bezocht ook dit jaar weer de Belgische tegenhanger van Lowlands; drie dagen Pukkelpop in drie verhalen. Veel leesplezier! *stop*

Het is op de eerste dag van Pukkelpop, donderdag 17 augustus direct al prioriteiten stellen. Radiohead en My Morning Jacket zorgen voor de eerste hoogtepunten. Het was dit jaar nog best een lastige keuze. Ging ik dit jaar voor het eerst sinds 2001 weer eens naar Lowlands, of werd het voor de vierde keer Pukkelpop? De keus om weer richting Hasselt af te zakken werd rijkelijk beloond: een reeks topbands die Lowlands niet op het programma had staan bleken mijn vijf absolute hoogtepunten van het festival. Radiohead, My Morning Jacket, Beck, TV on the Radio en Daft Punk trakteerden op fantastische optredens.

Andere conclusies na drie slopende dagen Pukkelpop met keus uit zo’n 50 bands per dag: het is voorlopig nog niet gedaan met de stortvloed aan Britse groepen die de mosterd bij hun voorouders uit de jaren tachtig halen en voor een allesomvattend verslag had ik meer dan één keer de dance-tenten moeten bezoeken. En de liefhebber van harde muziek zal zich afvragen: waar blijven harde headliners Ministry, Fear Factory, Mastodon Sick of it All en Pennywise in dit verslag? Laten we zeggen dat ik andere prioriteiten had.

Nog een ding vooraf: Kent u die mop van Babyshambles die naar Pukkelpop zou komen? Juist, die kwamen niet, omdat meneer de junk Pete Doherty op donderdag voor de 86ste keer werd gearresteerd. En zo kon het hele programma op donderdag weer verschoven worden, zodat iedereen zijn uitgestippelde route kon wegsmijten. Nu echt snel opdoeken, deze farce van een band. De organisatie schijnt al te hebben beloofd Babyshambles nooit meer te boeken.


DONDERDAG 17 AUGUSTUS

Opmerkelijk genoeg kwam deze topeditie op donderdag matig op gang, te wijten aan twee razendslechte openingsoptredens op de Main Stage van Animal Alpha (Noorse gothrock met gepoederd krijswijf dat als een brij klonk) en het net zo smakeloze Morningwood: dansbare, platte glamrock, met zangeres en Peaches look-a-like Chantal Claret die wat brult en een jongetje het podium optrekt om een minuutje met ‘m te muilen. Hij liever dan ik.

Gelukkig is hiermee direct de ergste meuk van de donderdag achter de rug en mag, terug van weg geweest, het Britse Gomez zijn ding doen, met op Amerikaanse leest geschoeide liedjes vol blues-, rock- en countryinvloeden. Met maarliefst drie uitstekende zangers bezorgen ze de wei een aangenaam uurtje. En de nieuwe, vijfde plaat How We Operate mag er zijn.

Veel animo is er ook voor The Veils in de kleine, uitpuilende Club. Nieuw-Zeelander Finn Andrews brengt met zijn nieuwe band nummers van het tweede album Nux Vomica, maar ook debuut The Runaway Found wordt niet overgeslagen. De hele band is op dreef en het publiek geniet van de gepassioneerde voordracht. Niet iedereen kan zijn klagerige zang verdragen, maar wie er wel van houdt ziet een sterk optreden. Dan volgen er aan één stuk door bands die zorgen voor een feestje. Zo gaat het publiek in de immer volle Club uit z’n dak op The Dead 60’s, die niet onverdienstelijk aan de haal gaan met de punk en ska van zowel the Clash en the Specials. Al is veertig minuten wel precies lang genoeg om verveling te voorkomen.

Infadels hebben iedere Nederlandse zaal inmiddels al van binnen gezien en weten ook op het hoofdpodium van Pukkelpop het publiek goed mee te krijgen met hun rockende dansmuziek. Poepen zonder drukken heet dat ook wel. Stonden The Magic Numbers vorig jaar nog in een halfvolle Club, dit keer zijn de forse broers en zussen ook op het hoofdpodium gezet. Dat leek gewaagd, maar al snel hebben ze het hele veld aan hun voeten door hun zonnige pop die meer dan eens aan the Beach Boys en the Mama’s and the Papa’s doet denken.

Ook bij We Are Scientists is het feest, ondanks het niet al te vrolijke wave-geluid van de band. Maar toch vliegen er tijdens de laatste nummers maarliefst 30 strandballen over de hoofden en waagt de zanger een sprong in het publiek. Desondanks is het afwachten of de New Yorkers een blijvertje zijn, want zo bijzonder is hun geluid nu ook weer niet. Dat is wel het geval bij My Morning Jacket onder leiding van zanger/gitarist Jim James. Het is voor te stellen dat mensen in paniek wegrennen bij het horen van zijn galmende, hoge stem die aan een jonge Neil Young doet denken. Anderen beleefden een van de mooiste uren van de dag. My Morning Jacket is tegenwoordig een gloedvolle, stomende rockband, met de krachtige zang van James als kers op de taart. Kippenvel, en dan moet Radiohead nog komen.

Maar eerst mag Beck een uur zijn ding doen, en naar hem gaan kijken is altijd weer verrassend. Wat zou ‘ie dit keer gaan doen? Bij het begin van zijn optreden is het meteen duidelijk: het hele concert wordt ook begeleid door zes poppen die lijken op Beck en consorten. Gestuurd door drie poppenspelers doen ze de bandleden precies na, wat te volgen is op de schermen. Dat de hits van albums Mellow Gold, Odelay en Guero en nieuwe nummers van het aankomende album The Information – hier en daar erg rommelig worden gespeeld, doet dit keer niets af aan het entertainment. Nieuwe liedjes als Cell Phones Dead en Nausea laten horen dat The Information weer een flinke hip hop-sound zal hebben, net als voorganger Guero.

Voor de absolute headliner van de donderdag begint, speelt in de Club nog Nouvelle Vague, die eighties-klassiekers als Love will tear us apart (Joy Division) of The Killing Moon (Echo & the Bunnymen) in zwoele bossa nova-arrangementen uitvoert, gezongen door twee zangeresjes. Nouvelle Vague is niet voor niets Frans voor ‘new wave’. Voor wie nog nooit van de Fransen had gehoord, zal het een leuke verrassing zijn geweest. Maar als je de twee albums al kent, was het grapje live binnen een half uurtje uitgewerkt. Voor dat tijdsbestek amusant, maar in de huiskamer werkt hun muziek beter.

Zo is keus om een half uur van te voren een mooie plek te vinden voor Radiohead wel snel gemaakt. Op woensdagmiddag voor Pukkelpop had de band al uitgebreid gerepeteerd op de Main Stage. Hierdoor is Radiohead speltechnisch gezien in superieure vorm. Tel daarbij op het loepzuivere geluid waarbij iedere klank te horen is – en dat op een festival – en een setlist vol favorieten als Airbag, Lucky, There There, Karma Police, Just, Fake Plastic Trees, Idioteque en Exit Music – waarbij de wei zelfs doodstil werd, in de verte was Sick of it All te horen – en het hoogtepunt van de dag is daar. Ik kan bij mijn achtste keer Radiohead hooguit opmerken dat ik de band wel eens meer bevlogen aan het werk heb gezien, maar dat deed niets af aan de pracht van dit concert. Wat een klasse. En wat een pijnlijk lichaam na tweeënhalf uur staan aan het eind van de eerste lange, fraaie festivaldag….

wordt vervolgd



WWW.GRAZ.NL