Jamie Lidell en Flaming Lips verrassende hoogtepunten op de slotdag. Het geluid van het hoofdpodium blijft dramatisch, zodat Franz Ferdinand en de Peppers tegenvallen. *stop*
Vandaag is het uit met de “rust”: voor het eerst in vier jaargangen Pinkpop zal het veld weer helemaal vol raken met meer dan zestigduizend mensen. Gelukkig is daar ’s morgens bij Pete Murray nog weinig van te merken. De man maakt een soort elektrische variant op Jack Johnson, met het stemgeluid van Sting. Het past in ieder geval prima bij het mooie weer en het rijtje gezapige maandag-openers – die van 2005 uitgezonderd – dat we door de jaren heen hebben gehad. Een behoorlijk contrast met de Living Things dat veel te vroeg in de tent is neergezet; de beoogde liefhebbers waren ongetwijfeld nog aan het uitkateren op de camping of stonden misschien al bij het tegelijk spelende Soulfly. De band was zelf gelukkig wel erg wakker, heerlijke vette stoner- en garagerock in de lijn van Monster Magnet en MC5.
Door naar Soulfly, waar het stof pas écht uit de oren werd geblazen. Of het kwam er juist in, door alle omgewoelde aarde die onder de moshende menigte vandaan kwam. Cavalera’s zoon mocht nog een nummertje meeschreeuwen en Max zelf liet ons vooral weten dat we later vandaag naar de Deftones moesten gaan. De enthousiast babbelende Skin weet ook zonder Skunk Anansie de menigte te beroeren, al zal dat vooral liggen aan het feit dat ze nog enkele hits van haar oude band zoals Hedonism nog steeds zingt. Een van de niet te missen acts op maandag was Jamie Lidell. De Berlijnse Brit begon ooit als electroherriemuzikant, maar maakt tegenwoordig een onweerstaanbare mix van soul en electropop. De 3FM-hit Multiply werd door veel mensen meegezongen en tijdens de passages met pompende beats ging de hele tent uit z’n dak.
De maandag blijkt een dag van uitersten; aan de ene kant de harde herrie van Soulfly, Living Things en Deftones, aan de andere kant het avontuur met Jamie Lidell, Flaming Lips en Opgezwolle en daar tussenin op het hoofdpodium slim geprogrammeerde niets-aan-de-hand popmuziek van Pete Murray, Bløf en Keane. David Gray had daar zo tussen kunnen staan; de man schijnt in Ierland meer te verkopen dan U2 en ergens snap ik het wel; Gray maakt het soort muziek waar niemand zich een buil aan kan vallen. Kan me er weinig van herinneren, behalve dat het de perfecte soundtrack was om bij in het gras te liggen. Voor Bløf gaat dat maar deels op; de Zeeuwen hebben ook een paar rockers op de setlist staan die het veld in beweging krijgen. Ik ben zeker geen fan, maar je kunt minder waar voor je geld krijgen. Blauwe Ruis en Dansen aan Zee zijn prima Nederpopnummers.
De Deftones hebben zich wel eens van een slechtere kant laten zien. Eigenlijk vallen ze vanmiddag best mee, met redelijk wat klassiekers en Head Up samen met Soulfly’s Max Cavalera. De moshpit voor het podium spreekt boekdelen, en Chino is voor de verandering niet te ver van de wereld zodat het optreden tot een goed einde wordt gebracht. Aan de andere kant lijkt het genre nu metal in de huidige hippe gitaarbandjes hype nu echt passé. De tent was uiteraard te klein voor de Editors, die een stuk beter uit de verf kwamen dan op Lowlands (waar ze het op geleende spullen moesten doen). Mooie uitvoering van Road to Nowhere (van de Talking Heads). Het wordt misschien wel tijd voor een nieuw album voordat ze weer zo vaak in Nederland zijn te zien.
Bij Keane valt het me op hoe vervelend de aankondigingen van Claudia en Giel eigenlijk zijn. Telkens weer die testspelletjes welke kant van het publiek harder kan, en dat elke band zo fantastisch is. Dat doen ze op bijvoorbeeld Rock Werchter toch vaak iets fantasievoller (en daar zeggen de presentatoren ook rustig dat ze de band zelf ruk vinden). Maar goed, Keane dus. Bizar moment nadat de 3FM-presentatoren het podium hebben verlaten; in plaats van de opkomst van de band klinkt er een nummer van rapster Lil’ Kim door de speakers. Het publiek komt bij de band zelf niet heel erg in beweging, maar de muziek leent zich daar misschien ook niet erg voor. Wel gaan er handjes in de lucht bij de singles.
Fans van Nickelback zullen ongetwijfeld waar voor hun geld hebben gekregen, maar ik ben verre van liefhebber en bovendien staat er een hele leuke band op hetzelfde tijdstip: The Flaming Lips. De band speelt eigenlijk al vanaf de eerste minuut een gewonnen wedstrijd, want wát een opkomst! Zanger Wayne Coyne die opkomt in een plastic ballon, een dozijn als aliens en kerstmannen – waaronder graz’er K. – verkleedde mensen op het podium, confetti en massa’s oranje ballonnen. Om me heen staan mensen met open mond naar deze kermis te kijken. Ook Flea van de Peppers en de mannen van Keane kijken goedkeurend toe vanuit de coulissen. Misschien leiden de balonnen en de gekte iets teveel af van de muziek, maar het draagt zeker bij aan de onvergetelijke ervaring. De band is vereerd om op Pinkpop te mogen staan, het vleiende verhaaltje van Coyne over het festival en de expliciete wens om volgend jaar terug mogen komen mag Jan ter harte nemen. Al zal hij niet blij zijn met alle slingers die tussen de lampen bovenin zijn blijven hangen.
Bij Franz Ferdinand was het helaas weer een combinatie van heel druk en belabberd geluid waardoor de niet-fanatieke fans een matig uur beleefden. De band zelf heeft ook wel eens beter gespeeld, en in deze set blijkt dat de nummers van het tweede album toch wat achterblijven bij dat meesterlijke debuut. Waar de band vorig jaar op Lowlands een stuk strakker bleek dan de Kaiser Chiefs, wint de laatste het dit weekend dik van de Schotten. De slingers en andere troep bleken netjes opgeruimd bij aanvang van Opgezwolle. De rappers laten zien dat ze tot de top van de Nederlandse hiphop behoren, maar het blijft jammer dat de beats en muziek om de raps heen nauwelijks zijn te horen. Bovendien had het een nog groter feest kunnen worden als er misschien nog iets meer verwante acts waren geboekt; wie de band bij een eigen show aan het werk heeft gezien, ziet een overduidelijk verschil in respons. Hoedenplank heerst, dat wel. Morrissey schoot er bijna bij in door meetings backstage en het willen checken van Opgezwolle. De meeste fans zullen na de HMH zijn thuisgebleven, want alleen de voorste rijen leken echt enthousiast. Achteraf bleek het een van de hoogtepunten van het festival, maar ik heb er te weinig van meegekregen. Herkansing op Roskilde.
De meeste dagjesmensen op maandag kwamen overduidelijk voor één band; de Red Hot Chili Peppers. Met het vermijden van de drukte en de ijdele hoop dat het geluid voor de slotact wél vol open mocht, een plekje schuin achter gezocht. Drama. Dan maar midden voor het videoscherm, wat al beter was. Maar een blik uit het hijskraan terras tijdens een saaie passage (iets van het nieuwe album) geeft een onthutsende conclusie: de achterste helft is zo goed als leeg in de eerste helft is elke vierkante millimeter bezet. Zo slecht is het geluid dus. Muzikaal is het bij vlagen briljant (Me & My Friends, de meeste andere singles, de jam van John en Flea), maar ze hebben wel eens betere optredens gegeven, ook de afgelopen paar jaar. De tenenkrommende momenten maken dit een toch net niet geslaagd optreden: de Bee Gees-cover van Frusciante, de belabberde drumsolo in de toegift en de af en toe behoorlijk valse zang en de arrogantie van Kiedis. Waar je bij Flea en Frusciante nog het idee hebt dat je naar twee mannen staat te kijken die er echt lol in hebben, lijkt de zanger vooral zo snel mogelijk weer weg te willen. De buit is toch al binnen.
Pinkpop 2006, het zit er weer op. Jan Smeets heeft raak teruggeslagen, maar het volumeknopje mocht nog wel wat verder naar rechts gedraaid. Hopelijk blijft de stijgende lijn in het programma gehandhaafd zodat we niet meer de taferelen van vorig jaar meemaken. Tot Pinkpop 2007!
(Toolhead)